Uit het Financieel Dagblad, zaterdag 16 oktober 2010
Het klinkt prachtig. € 1 mrd extra voor de ouderenzorg, 12.000 nieuwe verpleegkundigen. Jammer dat dit vooral weggegooid geld is. Er zijn rigoureuze veranderingen nodig. Die komen alleen onder druk tot stand. Het beloofde miljard haalt die hoognodige druk van de ketel.
Dit lijkt misschien een harde uitspraak, omdat er écht geldgebrek is. Zowel in de thuiszorg als in verpleeg- en verzorgingshuizen is het niet mogelijk om kostendekkend de zorg te leveren die nodig is. Maar meer overheidsgeld in een failliet systeem pompen is geen houdbare oplossing. Het is onvermijdelijk; het aantal ouderen groeit hard en het aantal werkenden niet. De toename van onze levensverwachting gaat nu eenmaal een stuk harder dan de verhoging van de pensioenleeftijd. Daardoor is over twintig jaar nog ongeveer de helft van het huidige overheidsgeld per oudere over. Een miljardje meer of minder het komende jaar verandert daaraan niets.
De omvang van het probleem is niet nieuw, maar de oplossing wordt door politici al jaren vakkundig vooruitgeschoven. In plaats van echt in te grijpen, is vooral de kaasschaafmethode gehanteerd. Fundamentele veranderingen zijn voorbereid, maar niet doorgezet. De kwaliteit van zorg is het kind van de rekening.
De oplossing is helder, maar politiek moeilijk te verkopen. Niet alle zorg en ondersteuning kunnen nog via de overheid lopen. Je zult het moeten hebben van eigen geld of hulp van je familie. Het huidige systeem stimuleert deze eigen bijdragen niet. Zelfs als je graag wilt bijbetalen voor extra hulp is het moeilijk om een aanbieder te vinden die soepel staatszorg en private diensten combineert. En ook mantelzorgers en familie worden meer tegengewerkt dan dat de mogelijkheden tot samenwerking worden benut.
Zorginstellingen moeten hun zaken ook goed op orde hebben, want de huidige bedrijfsvoering rammelt. Of het nu gaat om de zorg voor ouderen of om de aandacht voor de eigen medewerkers. Van een ‘mensenbedrijf’ mag je meer verwachten dan dat cliënten slechts één keer per twee jaar om hun mening worden gevraagd. Lang niet alle medewerkers van zorginstellingen krijgen een jaarlijks functioneringsgesprek. En in tal van instellingen besteden zorgverleners maar 60 % van hun werktijd aan daadwerkelijk aan ouderen.
Medewerkers voelen geen noodzaak tot verandering als geld wordt uitgedeeld
'Wacht even!' Zo zullen mensen uit de sector nu roepen. 'Dat klopt niet! De afgelopen jaren is er op deze gebieden juist veel gebeurd'. Dat is ook zo. Er wordt keihard gewerkt om op alle fronten vooruitgang te boeken. Door hun grote inzet is het sommige instellingen gelukt om de tijdsbesteding met cliënten met 40 % te verhogen. Wijkverpleegkundigen helpen ouderen langer thuis te blijven en zelfstandig te houden, er worden allerlei particuliere diensten aangeboden. Allemaal een gevolg van de druk op de ketel!
Die druk is natuurlijk niet verdwenen. Wie kan rekenen, weet dat rigoureuze en fundamentele veranderingen in de ouderenzorg nodig blijven. Vooruitziende bestuurders zetten dus door en gebruiken de beschikbare extra middelen voor een omslag. Op naar een bedrijfsvoering om trots op te zijn, de oudere als klant en de AWBZ als bijzaak. Dan zijn de extra middelen wél nuttig.
Helaas is het risico groot dat dit niet verder van de grond komt. Zowel ouderen als hun familie voeren de druk minder op als ineens een extra verpleegster op de afdeling staat. En medewerkers voelen geen noodzaak tot verandering als er geld wordt uitgedeeld. Dan is een pas op de plaats snel gemaakt. En dat miljard dus weggegooid geld.
Jet Wiechers, partner bij Plexus. Plexus is een gerenommeerd adviesbureau in de gezondheidszorg met 20 jaar ervaring met verandering op de werkvloer én beleidsvorming.